Blog Wendel Slingerland - Vandaag komt nooit meer terug

Blog Wendel Slingerland - Vandaag komt nooit meer terug

Vandaag…komt nooit meer terug

Het hoesten was wat minder dan ik me herinnerde van zes weken geleden. Toen zat zij in de wachtkamer te wachten en hoorde ik haar hier in mijn spreekkamer bijna stikken van het hoesten. Zij was toen in het gesprek nauwelijks in staat een woord uit te brengen vanwege de ernstige benauwdheid na het afleggen van de paar meter naar mijn kamer. “Ik heb vandaag een slechte dag,” zei ze toen. “Morgen is het weer iets beter.” Om die reden adviseerde ik toen met haar goedvinden dat zij toch weer wat zou oppakken op haar werkplek: twee keer per week een uurtje, om weer in de running te zijn, tussen de mensen. Hoewel dat laatste juist ook een beperking voor haar is, vanwege een allergie voor parfum.

Afijn, het hoesten was vandaag wat minder dus. Terwijl zij nog in de wachtkamer zat bereidde ik me voor op het spreekuur. Ik las een notitie die ik twee weken geleden maakte naar aanleiding van een gesprek met de arbeidsdeskundige. Een van haar eerste opmerkingen was dat deze mevrouw nogal eigenwijs leek en zij vroeg zich af hoeveel er sprake was van niet willen. “Ze heeft de behandeling die de specialist heeft geadviseerd nog niet geregeld! En ze heeft overal excuses voor! Mag ik daarover wat in het verslag zetten?” Het leek mij een goed plan, ook als soort van stok achter de deur. Ik ben persoonlijk van het ‘veeleisend helpen’: ik van mijn kant adviseer dingen in het belang van cliënt en diens inzetbaarheid, maar daar tegenover staat dat diegene concreet gegeven adviezen bewijsbaar opvolgt. Mijn onderliggende doel daarbij is stiekem dat de persoon in kwestie intrinsiek gemotiveerd raakt en zelf de regie over zijn of haar eigen leven gaat pakken…soms lukt het.

Terug naar vandaag en deze mevrouw die in de wachtkamer zit te wachten tot ik klaar ben met mijn voorbereiding. Als ik haar ophaal en zij achter mij aanloopt, krijg ik de indruk dat het inderdaad een stuk beter gaat en in gedachten zet ik haar alvast weer op vier keer vier uur werken en vraag me af waarvoor dat arbeidsdeskundig onderzoek ook alweer nodig was. Maar als ze op het puntje van de stoel gaat zitten – vanwege haar omvang past zij niet tussen de leuningen – zie ik dat zij behoorlijk amechtig is. En als zij haar mond open doet om iets te gaan zeggen komt er slechts een hees, piepend geluid uit. Dit verbetert gaandeweg het gesprek gelukkig wel, want ik luister liever dan dat ik praat.

Ze vertelt dat het nu wel iets beter gaat en dat ook het werken wel gelukt is. Het werk is licht, dus daar ligt het niet aan. “Alleen als ik verkouden ben, dan is het zwaarder, want dan heb ik meer last van het stof en de parfum.” Ik vraag haar wat zij gedaan heeft met het advies dat de specialist twee maanden geleden gaf om behandeling te regelen. “Ik heb me vorige week aangemeld maar ik heb nog geen afspraak gekregen. Ze gaan me een brief sturen.” Ik vraag haar wat maakt dat zij zo lang gewacht heeft. “Ik heb een paar jaar geleden zulke behandeling gehad, drie keer, en toen deed hij mij pijn! Daarom wil ik er nu niet heen.” “En dat andere advies van mij de vorige keer, wat ook door de specialist gegeven is?” “Ach, dat heb ik ook wel vaker gedaan en dat heeft niks geholpen…”

 

“Zie je, je bent gewoon eigenwijs!” roep ik uit, en ik klink maar een klein beetje gefrustreerd. “Je doet helemaal niks van wat ik je heb aangeraden!” Ze kijkt me enigszins verbouwereerd aan. “Ik ben niet eigenwijs! Ik doe altijd wat u zegt en ik heb juist veel van u geleerd, daarom ga ik u ook missen! En die woorden hoor ik dan in mijn hoofd. Bijvoorbeeld dat ik vandaag moet leven. Dat ik niet moet denken aan morgen maar vandaag moet genieten van de mooie dingen.” Ik ben er even stil van. En ik denk bij mezelf: “Missie geslaagd.”