Gek van de Arbodienst

Ineens verga ik van de pijn, rechts in mijn onderrug. Voor ik het weet, lig ik op de spoedeisende hulp. Na een paar uur wordt de diagnose gesteld: een niersteen. Die diagnose valt mee, de pijn helaas niet. Ik moet blijven en de volgende dag wordt er een buisje geplaatst tussen de nier en de blaas. Met verschillende medicijnen en de wetenschap dat over twee weken (dat worden er helaas vier) zowel de steen als het buisje operatief verwijderd wordt, mag ik een dag later weer naar huis. Nog niet echt een feest, want door pittige koorts en pijn ben ik nog een paar dagen geveld. Daarna ga ik eerst maar even halve dagen en nog een beetje werken en daarna gewoon weer volledig.

Maar dan. Door m’n ziekmelding krijg ik een telefoontje van de arbodienst met de logische vraag waarom ik ziek ben gemeld. Tot zover prima. Na mijn uitleg krijg ik te horen dat ik toch echt helemaal nog niet hoef te gaan werken. Ook niet halve dagen. Van dat soort opmerkingen raak ik al snel geïrriteerd. Hoezo hoef ik helemaal nog niet te gaan werken? Als ik mezelf goed genoeg voel om halve dagen te gaan werken, lijkt me dat een logische stap. Maar, nee hoor, dat wordt volkomen genegeerd en na de opmerking dat ik binnenkort wel opgeroepen word voor een bezoekje aan de arboarts, krijg ik nog een keer de boodschap mee dat ik echt niet hoef te gaan werken. Nee, stel je voor dat je gaat werken als je het kunt. En twee dagen later krijg ik een brief die aan m’n werkgever gericht is waarin staat dat ik nog niet in staat ben om te werken. Natuurlijk.

Maar het wordt nog gekker. Op het moment dat ik elke dag alweer vrolijk naar kantoor rijd om lekker te gaan werken, krijg ik weer een brief van de arbodienst. Om op een bepaalde dag om 12 uur ’s middags in Breda (ik werk in Nijmegen) te verschijnen bij de arboarts. Hoezo? Wat gaat die arboarts mij in hemelsnaam vertellen? Of gaat hij zelf die niersteen eruit halen? Mijn verwondering gaat niet over de mensen, mijn verwondering gaat over de compleet idiote systemen. Als ik in staat ben om naar Breda te rijden om een dokter een briefje in te laten vullen waar hij toch echt niet veel meer op kan zetten dan dat ik binnenkort een ingreepje heb en nu aan het werk ben ondanks fervente pogingen van de arbodienst om me dat uit m’n hoofd te praten, ben ik ook in staat om te werken. Dat is toch de bedoeling, lijkt mij. Maar nee, laten we lekker elkaars tijd verspillen en vooral geld over de balk gooien. Het idee om rigoureus op deze volstrekt inefficiënte flauwekul te bezuinigen is natuurlijk buiten proportie. Nee dan maar, ik noem een willekeurig voorbeeld, op de mensen met een beperking die ook gewoon willen werken, maar dan noodgedwongen bij de sociale werkvoorziening.

En dan nog wat, ik mag zelf de dames en heren van de arbodienst niet eens bellen, om een poging te doen het een en ander te verduidelijken. Dat moet de werkgever doen. Blijkbaar kan ik niet werken, evenmin als bellen, maar wel naar Breda rijden.

Bron: De Telegraaf, Ellen van Langen.